In films als halloween en friday the 13th staat de psychologie van de seriemoordenaar nog in de kinderschoenen. Zich bedienend van bijl, mes en machete hakken Michael Myers en Jason Voorhees zich een weg door een cast van nietsvermoedende tieners. Wat hen bezielt behoeft weinig uitleg; het hoe is belangrijker dan het waarom. De jaren '90 geven met ingang van the silence of the lambs een nieuw soort seriemoordenaar te zien, wiens motieven minstens zo interessant zijn als zijn methodes. De geniale Hannibal Lecter of de uit Bijbelse wraakzucht handelende moordenaar uit seven. De krankzinnige Leo Rook (Adamson) uit het Britse lighthouse zou een specimen uit die tweede categorie kunnen zijn: de film opent met de ontdekking van zijn laboratorium waar menselijke overblijfselen op sterk water zijn gezet. Maar nadat we Leo van een schip hebben zien ontsnappen dat hem naar een zwaarbewaakte gevangenis moest brengen en aan land hebben zien gaan op het minuscule eilandje dat uitsluitend het bouwwerk uit de titel herbergt, wordt zijn ware afkomst al snel duidelijk. Rook is een hakker-oude-stijl, een man zonder geweten die er genoegen in schept de hoofden van zijn slachtoffers te verzamelen. Een afgelegen vuurtoren, een killer en een handjevol personages, het zijn vertrouwde ingrediënten waar debuterend regisseur Simon Hunter een maximum aan (bloederig) effect uithaalt. Zoals distributeur Erik Engelen onlangs in Schokkend Nieuws opmerkte: '(...) heel stijlvol en dreigend. Gemaakt door een jonge regisseur die waarschijnlijk volgend jaar in Hollywood een peperdure actiefilm mag regisseren.' (pvt)_
|
groot-brittanië 1999 |